Banenafspraak en Quotumwet: hoe zit dat nou precies?

21 december 2015 - 10 minutes read

De banenafspraak en de Quotumwet. Veel mensen hebben er van gehoord maar wat de begrippen nou echt betekenen is niet voor iedereen duidelijk. In dit artikel wordt aandacht besteedt aan de banenafspraak, de Quotumwet en het ontstaan van het akkoord dat hieraan ten grondslag ligt: het sociaal akkoord.  Hoe het kabinet Rutte II een afspraak tussen sociale partners omarmt die grote gevolgen heeft voor de wijze waarop mensen met een arbeidsbeperking een plaats vinden op de reguliere arbeidsmarkt.

Werkgeversorganisaties en werknemersbonden waren binnen de Stichting van de Arbeid tot een gerichte aanpak van de crisis gekomen door fundamentele en duurzame wijzigingen op de arbeidsmarkt af te spreken. Het kabinet nam in april 2013 een groot deel van die afspraken over en aldus werd het ‘sociaal akkoord’ gesloten: de afspraken werden onderdeel van het kabinetsbeleid. Een belangrijke maatregel in het akkoord was het schrappen van het quotum voor arbeidsgehandicapten. In plaats daarvan hebben werkgevers zich verplicht om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen (de banenafspraak), lukt dat niet dan volgt alsnog een wettelijk opgelegd quotum: de Quotumwet. Met de banenafspraak hebben werkgevers en overheid toegezegd om tot en met 2026 125.000 mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Werkgevers nemen 100.000 banen voor hun rekening en de overheid, ook een werkgever tenslotte, 25.000.

Deze 125.000 extra werkplekken zijn noodzakelijk omdat – ook part of the deal – nieuwe instroom in de Sociale Werkvoorziening (SW) stopt en de Wajong (inkomensvoorziening voor jonggehandicapten) enkel nog toegankelijk is voor jongeren die blijvend niet in staat zijn tot arbeid.

De relatie tussen banenafspraak en Quotumwet
Allereerst is het goed om te beseffen dat de banenafspraak en de Quotumwet wel met elkaar verbonden zijn, maar toch behoorlijk verschillend zijn. Zie de banenafspraak maar als de aan/uit-knop voor de Quotumwet. Als de komende tien jaar elk jaar voldoende mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen worden, dan treedt de Quotumwet niet in werking.

De banenafspraak is een collectieve afspraak, dat wil zeggen dat de werkgevers als totaal deze doelstelling moeten behalen. Hetzelfde geldt voor de overheid. Het maakt niet uit welke werkgevers en overheden de extra werkplekken creëren, als het gezamenlijke doel maar gehaald wordt. Voldoet één of voldoen beide sectoren niet aan de doelstelling van de banenafspraak dan treedt voor de sector die niet voldoet de Quotumwet in werking.

Wie telt mee voor de banenafspraak? Creëer 125.000 banen in tien jaar tijd, dat moet te doen zijn denk je dan. Dat is gemiddeld 12.500 banen per jaar in een land waar 8,2 miljoen mensen behoren tot de werkzame beroepsbevolking. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Die 125.000 extra werkplekken zijn echt bedoeld voor mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt die niet of nauwelijks aan de slag komen in een reguliere baan. Welke personen dat betreft is vastgelegd in het doelgroepenregister. Alleen mensen die opgenomen zijn in dit doelgroepenregister én werken in een dienstverband (arbeidsovereenkomst of inleenverband) tellen mee voor de banenafspraak.

Het doelgroepenregister wordt beheerd door het UWV en bestaat voornamelijk uit:

  • Personen die onder de Participatiewet vallen en niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Het UWV verzorgt de indicatie hiervan.
  • Personen met een indicatie sociale werkvoorziening (sw), zij stonden nog op de wachtlijst toen de sociale werkvoorziening op 1 januari 2015 de deuren sloot voor nieuwe instroom.
  • Personen met een Wajonguitkering met arbeidsvermogen.
  • Schoolverlaters Voortgezet Speciaal Onderwijs, Praktijkonderwijs (VSO/Pro) of de Entree-opleiding in het MBO.

Werkgevers kunnen bij het UWV opvragen of een (toekomstig) medewerker opgenomen is in het doelgroepenregister. Voor de banenafspraak tellen dienstverbanden mee vanaf 1 januari 2013.

De Quotumwet
Vanaf 2017 kan de Quotumwet in werking treden als de doelstelling 2016 van de banenafspraak niet gehaald wordt. Dat betekent dat elke werkgever die 40.575 of meer uren arbeid per jaar uitbetaalt (ca. 25 medewerkers), de verantwoordelijkheid heeft om werk te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hoeveel? Naar verwachting enkele procentpunten. Simpel gesteld: als het percentage op 3% vastgesteld wordt en de werkgever ‘verloont’ 60.000 uur per jaar, dan moeten daarvan 1.800 uren (0,03 * 60.000) worden ingevuld door mensen die vallen onder de doelgroep van de quotumwet. Over die doelgroep zo meteen meer. Als je als werkgever niet voldoet aan het quotumpercentage dan legt de Belastingdienst een quotumheffing op. Per niet ingevulde arbeidsplaats (1.326 uur per jaar) bedraagt deze heffing €5.000,-.

Wie telt mee voor de Quotumwet?
De definitie van de groep medewerkers die meetelt voor de Quotumwet is ruimer dan de definitie van de banenafspraak:

  • Dezelfde doelgroep als bij de banenafspraak. Extra: mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die zonder een voorziening geen WML kunnen verdienen, maar met een voorziening wel.

Voor de Quotumwet tellen nu wel de sw-medewerkers mee die al voor het ingaan van de banenafspraak op basis van een inleenverband (detachering) werkten. Op deze wijze worden de inspanningen van werkgevers die al aan de slag waren met arbeidsbeperkte medewerkers erkend.

Moet de werkgever extra banen bovenop de bestaande formatie gaan creëren? Wellicht, maar het hoeft niet. ‘Extra’ staat hier voor werk voor mensen die vallen onder de definitie in de Quotumwet. Belangrijk is eerst om vast te stellen of er al medewerkers binnen je onderneming vallen onder deze doelgroep. Verwacht je dat je niet voldoet dan kom je met op tijd beginnen en met creativiteit een heel eind. Je kunt voor werk voor deze doelgroep zorgen door invulling op plaatsen die ontstaan door natuurlijk verloop. Andere mogelijkheden ontstaan bijvoorbeeld uit jobcarving (een functie passend maken voor een werknemer) of uit functiecreatie (bestaande, eenvoudige taken van meerdere medewerkers onderbrengen in een nieuwe functie). Kritisch kijken naar de eigen organisatie levert ook vaak kansen voor verbetering op. Er is nog geen duidelijkheid of de inkoop van diensten (contracting) meetelt voor de telling. Dat komt omdat het administratief lastig is: bij de inkoop van diensten wordt in veel gevallen niet bijgehouden welke werknemer de dienst uitvoert.

Stand van zaken
Recent kopte het dagblad AD al “Gemeenten willen minder regels rondom banenplan”, de 37 grootste gemeenten trokken daarmee aan de bel over de grote bureaucratie die met de banenafspraak meekwam. De staatssecretaris staat daarnaast onder toenemende druk om de criteria die het UWV hanteert voor toelating tot het doelgroepenregister aan te passen. Het aantal mensen dat opgenomen wordt in dit register valt zwaar tegen. Vooralsnog geeft de staatssecretaris echter geen sjoege. Werkgevers klagen inmiddels dat er onvoldoende aanbod is van werknemers die voldoen aan de criteria van de banenafspraak. Zij willen vooral die groep plaatsen om hun afspraak na te komen.

Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen te melden. Een toenemend aantal werkgevers maakt kennis met medewerkers met een beperking en dat blijkt wonderwel te passen in het bedrijfsmodel. Begeleiding, advisering en ondersteuning vanuit UWV, gemeenten of sociale werkbedrijven verloopt beter en uniformer aangezien deze partijen in de arbeidsmarktregio’s een stuk efficiënter met elkaar en de werkgevers samenwerken. Kempenplus, het werkgeversservicepunt voor de Kempen, is hier een voorbeeld van. Het streven is om de banenafspraak te halen, zodat de Quotumwet niet tot leven komt.

We zijn er nog lang niet, maar de banenafspraak en de Quotumwet zijn er en de druk loopt op. Daar kun je als ondernemer dan maar beter werk van maken!

Voor meer informatie over banenafspraak en de Quotumwet: http://www.samenvoordeklant.nl/sites/default/files/bestandsbijlage/kennisdocument_wet_banenafspraak_en_quotumheffing_versie_oktober_2015.pdf