Als zelfstandige kun je mogelijk een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) of de (werkloosheidsregeling)  IOAZ.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Informatie over de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vind je op deze pagina.

Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)

In het Bbz 2004 staat welke zelfstandig ondernemers in aanmerking komen voor financiële ondersteuning. Het gaat over ondernemers in het midden- en kleinbedrijf, ondernemers in de agrarische sector en vrije beroepsbeoefenaren.

Basisvoorwaarden
Om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden uit het Bbz 2004 moet je aan onderstaande basisvoorwaarden voldoen:

  • Je kunt niet (langer) bij je bank of andere kredietinstelling terecht.
  • Je gezinsinkomen (inclusief het inkomen van je partner) is lager dan de wettelijke bestaansnorm.
  • Je bent ouder dan 18 jaar, maar hebt de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
  • Je bedrijf voldoet aan alle wettelijke eisen.
  • Er is sprake van een volwaardige onderneming: je voldoet aan het urencriterium dat geldt voor zelfstandigenaftrek (minimaal 1.225 uur per jaar).
  • Je bent zelf werkzaam in het bedrijf, hebt zeggenschap en draagt de financiële risico’s.

De vorm van de bijstand is afhankelijk van je vermogen.

Hoe zit het bij een samenwerkingsverband?
Bij samenwerkingsverbanden zoals een vennootschap onder firma, maatschap, besloten vennootschap en coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid gelden de basisvoorwaarden voor de vennoten/ maten voor alle partijen.

 

Ondersteuning op maat!
In het Bbz 2004 staan vijf categorieën zelfstandigen. Iedere categorie krijgt passende ondersteuning. Hieronder een opsomming:

1. Startende ondernemer
Startende ondernemers kunnen in aanmerking komen voor ondersteuning als zij een bedrijf willen beginnen of overnemen. Een starter moet zijn bedrijf beginnen vanuit (dreigende) werkloosheid. Het bedrijf van een starter moet de kans hebben om te “overleven”. De financiële gezondheid van het bedrijf moet te lezen zijn in het ondernemingsplan. De ondersteuning voor startende ondernemers kan bestaan uit:

  • een rentedragend krediet tot een maximum bedrag dat geldt voor starters en een aflossing in maximaal 10 jaar;
  • aanvullende uitkering voor levensonderhoud op je inkomsten uit eigen bedrijf tot maximaal drie jaar;

Val je in deze categorie van ondernemers? Dan is het goed om te weten dat je, bij je aanvraag om ondersteuning, altijd een ondernemingsplan moet indienen.

2. Gevestigde ondernemer

Een gevestigde ondernemer is iemand die gemiddeld langer dan anderhalf jaar een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent. Val je hieronder en heb je tijdelijk onvoldoende inkomsten uit het bedrijf? Dan kun je een beroep op het Bbz 2004 doen. In een situatie waar betalingsproblemen aan de orde van de dag zijn of waarin je geen noodzakelijke investeringen meer kan uitvoeren is ondersteuning mogelijk. Denk hierbij aan:

  • een rentedragend krediet (8%) tot een maximum bedrag dat geldt voor gevestigde ondernemers met een aflossing in maximaal tien jaar;
  • aanvullende uitkering voor levensonderhoud op je inkomsten uit eigen bedrijf tot maximaal één jaar. In uitzonderingsgevallen kan deze uitkering verlengd worden met nog eens twee keer één jaar.

Na de periode van financiële ondersteuning moet sprake zijn van een gezonde onderneming.

Als je in de categorie  “gevestigde ondernemer” valt, dan is het goed om te weten dat er extra opties voor je gelden:

  • rentereductie in het eerste en tweede jaar na aanvraag. De rentereductie bedraagt het verschil tussen de jaarnorm en je inkomen tot maximaal de verschuldigde jaarrente. Rentereductie kan alleen van toepassing zijn als in het eerste en tweede jaar na aanvraag geen uitkering voor levensonderhoud is toegekend;
  • bij toekenning van een (eenmalige) uitkering voor minder dan zes maanden, ontvang je de uitkering ineens en hoef je het bedrag niet terug te betalen.

Bovenstaande geldt alleen als je vermogen binnen aangegeven grenzen valt.

3. De oudere ondernemer

Een oudere ondernemer is iemand geboren voor 1 januari 1960 en die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Je bent minstens tien jaar zelfstandig ondernemer. Als je in deze groep valt en onvoldoende inkomen hebt of kleine investeringen moet doen, dan kun je vragen om ondersteuning in de vorm van een:

  • eenmalig bedrag “om niet” tot een maximum dat geldt voor de oudere ondernemer.
  • aanvullende uitkering op je inkomsten uit eigen bedrijf tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

In deze categorie is het bedrijf dus niet financieel gezond meer. Je inkomen uit bedrijf moet wel een minimaal bruto bedrag blijven opleveren. Er wordt rekening gehouden met je vermogen.

4. De ondernemer die het bedrijf moet beëindigen

In deze categorie gaat het om de ondernemer die het bedrijf moet beëindigen, omdat het niet meer financieel gezond is. Als je in deze situatie zit, moet je het bedrijf zo snel mogelijk beëindigen. Allemaal op een financieel verantwoorde manier. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het afwerken van lopende opdrachten, het oogsten van gewassen en het verkopen van handelsvoorraden. In dit geval kun je een beroep doen op een aanvullende uitkering op je inkomsten uit eigen bedrijf, tot aan de definitieve sluiting van het bedrijf. De uitkering wordt verstrekt voor zolang als noodzakelijk is en tot ten hoogste één jaar. In uitzonderingssituaties kan de periode verlengd worden. In deze situatie kun je geen krediet krijgen.

Er wordt rekening gehouden met je vermogen.

5. Ondernemer met een structureel laag inkomen

In deze categorie valt de ondernemer die een aantal jaren achtereen structureel een laag inkomen heeft. Deze ondernemer kan vaak door een sobere levenswijze toch de eindjes aan elkaar knopen. Als er zich dan een tegenslag voordoet, is deze meestal niet op te lossen omdat de middelen daarvoor ontbreken. Bevindt u zich in deze situatie? Dan kunt u een beroep doen op een:

  • éénmalig bedrag dat geldt voor de ondernemer met een structureel laag inkomen, zonder dat je  moet terugbetalen;
  • aanvullende uitkering op je inkomsten uit eigen bedrijf tot maximaal zes maanden.

Na de hulpverlening moet je weer in je eigen bestaan voorzien. Er wordt rekening gehouden met je vermogen.

Werkloosheidsregeling (IOAZ)

Op grond van de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) kan KempenPlus ondernemers een uitkering verstrekken, nadat het bedrijf is gestaakt. Je moet de IOAZ echter wel aanvragen vóórdat je bedrijf is beëindigd.

De IOAZ geldt voor ondernemers van 55 tot de pensioengerechtigde leeftijd, die tenminste drie jaar rechtmatig een bedrijf hebben uitgeoefend. Daarvoor moet je tenminste zeven jaar in loondienst of als zelfstandige hebben gewerkt. Voorwaarde is onder meer dat het inkomen in de drie jaar voor het jaar van aanvraag gemiddeld lager was dan het voor de persoon geldende sociale minimum voor zelfstandigen en moet de verwachting zijn dat hierin in de toekomst geen verbetering optreedt.

Het recht op IOAZ-uitkering moet beoordeeld worden voordat het bedrijf is beëindigd. Wanneer dit principerecht op IOAZ is toegekend, kan de ondernemer het recht geldend maken vanaf het moment dat hij ook daadwerkelijk zijn bedrijf heeft beëindigd. Voor de ondernemer (en ook voor zijn eventuele partner) geldt de plicht om naar vermogen arbeid te zoeken en te aanvaarden.

Er wordt rekening gehouden met je vermogen. Als het vermogen boven de aangegeven grenzen uit komt, zal 3% over het vermogen boven de aangegeven grens gekort worden op de uitkering.

Heb je vragen over de regelingen voor ondernemers?

Neem contact met ons op via 0497-33 12 00 of stuur een e-mail naar info@kempenplus.com.

Heb je op deze pagina de informatie gevonden die je zocht?